78ste festival van Cannes
Zaterdag 24 mei (slot): De Gouden Palm gaat naar…

De Gouden Palm, de belangrijkste prijs van het festival van Cannes, is toegekend aan Un simple accident van de Iraniër Jafar Panahi. De 64-jarige regisseur kreeg de prijs uit handen van actrice Cate Blanchett en juryvoorzitter Juliette Binoche; er volgde een minutenlange staande ovatie.
Grote Prijs: Sentimental Value van de Noor Joachim Trier, met hoofdrollen voor de Zweeds Breaking the Waves-acteur Stellan Skarsgård en Triers muze Renate Reinsve, die in 2021 in Cannes de prijs voor de beste actrice won voor haar rol in The Worst Person in the World.
Beste actrice: Nadia Melliti in La petite dernière van Hafsia Herzi. Het is haar eerste rol; Melliti werd ontdekt tijdens een open casting call tijdens een pride parade. La petite dernière won gisteren ook de Queer Palm.
Beste regie: de Braziliaanse regisseur Kleber Mendonça Filho voor zijn politieke thriller O Agente Secreto. Hij bedankte alle (co)producenten, waaronder het Amsterdamse Lemming Film.
Juryprijs (ex aequo): het doldwaze Sirât van de in Frankrijk geboren Spaanse regisseur Oliver Laxe en Sound of Falling (In die Sonne schauen), de tweede speelfilm van de Duitse Mascha Schilinksi.
Beste scenario: de Belgische veteranen Jean-Pierre en Luc Dardenne voor Jeunes mères. Zij droegen de prijs op aan de vijf hoofdrolspeelsters van hun ensemblefilm.
Beste acteur: Wagner Moura (48) in O Agente Secreto van Kleber Mendonça Filho, die dus – en dat is uitzonderlijk – twee prijzen wint.
Prix Spéciale, zoals de naam al aangeeft een speciale, extra prijs, is toegekend aan de post-apocalyptische sciencefictionfilm Resurrection, geschreven en geregisseerd door de Chinese autodidact Bi Gan.
Caméra d’or, de prijs voor het beste debuut is voor de charmante Iraakse (!) speelfilm The President’s Cake van Hasan Hadi (en dus niet voor Sven Bressers Rietland).
Zaterdag 24 mei: Cannes kampt met een stroomstoring en de Gouden Palm-jury staat voor een moeilijke opgave

De 78ste editie van het festival van Cannes wordt vanavond afgesloten met het traditionele prijzengala. Het zal voor de jury – die bestaat uit acteurs (voorzitter Juliette Binoche, Halle Berry, Alba Rohrwacher, Jeremy Strong), regisseurs (Carlos Reygadas, Hong Sang-soo, Payal Kapadia, Dieudonné Hamadi) en een schrijver (Leïla Slimani) – geen sinecure zijn geweest om de prijzen te verdelen, want er waren behoorlijke films te zien, maar (te) weinig steengoede, spraakmakende, alles verzengende.
De gemiddelden in de journalistenpoll van het vakblad Screen International, waarin journalisten uit alle hoeken van de wereld de 22 compettiefilms konden waarderen met nul tot vier sterren liggen laag. Slechts twee films scoren miniem hoger dan 3. 3.1 om precies te zijn: Two Prosecutors van de Oekraïense regisseur Sergei Loznitsa en Un simple accident van de Iraniër Jafar Panahi.
De andere films die bovengemiddeld scoren, zijn Mascha Schilinksi’s Sound of Falling, O Agente Secreto van de Braziliaanse regisseur, scenarist, producent en criticus Kleber Mendonça Filho en Sentimental Value van de Noor Joachim Trier (alledrie gemiddeld 2.8).
Ik breek al anderhalve dag mijn hoofd wie de prestigieuze Palm wat mij betreft moet krijgen, maar ik kom er niet uit. Ik kan me niet voorstellen dat een van de competitiefilms aan het einde van het jaar bovenaan mijn lijst met beste films zal staan. De meest bijzondere film vind ik Sound of Falling, maar ik vind het ook nog wat vroeg om de Duitse Mascha Schilinksi in een rijtje met Michael Haneke, Ruben Östlund en Ken Loach te plaatsen. Jafar Panahi, Lynne Ramsay en Joachim Trier passen daar beter tussen, maar hun nieuwste films vind ik heel behoorlijk, maar niet uitzonderlijk. Gelukkig zit ik niet in de jury.
Dat gezegd hebbende: wie of wat de jury ook kiest, er valt achteraf altijd wel iets voor te zeggen. Mij deed Resurrection van de Chinese autodidact Bi Gan niet zo veel, maar ik zag wel de ambitie en originaliteit van het ruim 2,5 uur durende epos, waarin dromers vroeg sterven en de fantasielozen het eeuwige leven hebben. Dat alleen verdient natuurlijk al een prijs.
Overigens had Cannes in aanloop naar het prijzengala – dat hier vanavond vanaf 18.40 uur te volgen is – te kampen met een enorme stroomstoring. De storing is veroorzaakt door een brand in een hoogspanningsstation. Op een andere plek was een stroomkabel gebroken nadat een mast omviel. Die mast zou zijn omgezaagd, de brand is waarschijnlijk aangestoken.
160.000 huishoudens zaten zonder elektriciteit, verkeerslichten werkten niet meer, maar het Palais des Festivals schakelde over op een alternatieve stroomvoorziening, waardoor alle geplande evenementen en vertoningen, inclusief de slotceremonie, volgens planning en onder normale omstandigheden kunnen plaatsvinden. Je hebt hoofdzaken en bijzaken in Cannes…
Vrijdag 23 mei: De Palm Dog is voor Pipa en mijn schrift was kwijt

Toen ik vanochtend na mijn duik mijn spullen bij elkaar zocht, was mijn schrift spoorloos. Ik wist direct waar en hoe ik het gisteren had laten liggen, toen ik na de bekendmaking van de Prix Immersive Michel van der Aa cum suis ben gaan feliciteren en wat vragen ben gaan stellen. Dacht ook direct dat het niet eens heel verschrikkelijk zou zijn als mijn schrift niet meer boven water zou komen, omdat ik redelijk bij was met mijn verslaggeving en het meeste sowieso onleesbaar is. Mijn handschrift gaat er niet op vooruit, in het donker is het nog een paar slagen erger.
Omdat ik Jeunes mères van de Dardennes met dank aan distributeur Cinéart al in Nederland had gezien, ben ik toch maar even langs gefietst bij Le Plage des Palmes. Ze hadden niks gevonden zei een vrouw bij een balie, maar ik mocht wel even kijken. De schoonmaker had ook niks gevonden, maar na een kleine rondgang vond ik mijn witte schrift op de witte bank waar ik hem gisteravond had laten liggen. Toch best fijn.
Jeunes mères is trouwens opnieuw een aangrijpend kleinood, over vijf piepjonge moeders in een moederkindhuis in Luik. Alle clichés over alleenstaande tienermoeders en getroebleerde moeder-dochterrelaties komen voorbij, maar de Dardennes weten er keer op keer weer een bijzondere, hoopvolle draai aan te geven.
De allerlaatste competitiefilm van deze 78ste editie was The Mastermind van de Amerikaanse regisseur Kelly Reichardt. Josh O’Connor (deze editie ook te zien in The History of Sound) speelt de titelrol, maar dat moet ironisch worden opgevat. In Massachusetts anno 1970 beraamt de schlemiel/uitvreter een schilderijenroof in het plaatselijke moderne kunstmuseum, maar binnen de kortste keren staat de politie al bij hem voor de deur. Aardig, maar ook niet meer dan dat.
De jury zal er nog een hele kluif aan krijgen om met een beetje aansprekende Gouden Palm-winnaar op de proppen te komen. Over kluiven gesproken; in aanloop naar het prijzengala op zaterdagavond is vrijdagmiddag voor de 25ste keer de Palm Dog al uitgereikt. Die ging naar Panda, de IJslandse herdershond in Hlynur Pálmasons The Love That Remains. De Grand Prix was voor de Jack Russell Pipa, die in het doldwaze Sirât jammerlijk aan zijn einde komt. Regisseur Oliver Laxe was zelf aanwezig om de prijs in ontvangst te nemen.
Donderdag 22 mei: Een rat op het strand en de hoofdprijs is voor Michel van der Aa’s VR-opera From Dust

Het stormde vandaag in Cannes. Toen ik vanochtend een duik nam, waren er grote golven en geen zon. Terwijl dat nu net het spectaculairste is: als je een meter of 25 van het strand bent, zwem je opeens in de zon. Hopelijk is ie er morgen weer, op mijn laatste Cannes-dag. En hopelijk is die enorme rat er dan niet – het enige andere levende wezen dat vanochtend op het strand was.
De eerste acht dagen van het festival bladerde ik voor aanvang van de vroege ochtendfilm de speciale festivaluitgaven van Screen International, Variety en The Hollywood Reporter door, maar die houden na het weekeinde, als de meeste ‘buyers’ en andere marktmensen naar huis zijn, altijd op te verschijnen. Nu ligt alleen Le Film Français nog in de schappen, maar daarin bekijk ik alleen de cartoon en ‘les etoiles de la critique’, de poll onder de Franse journalisten.

Door het vertrek van de marktmensen is het wel een stuk rustiger en dat is prettig. Het is alleen wel een beetje jammer dat de security-mensen bij de ingang van het festivalpaleis nu alle tijd nemen om je van top tot teen te scannen met hun metaaldetectors. Waarbij het een raadsel blijft dat mijn rechterheup soms wel gaat piepen en soms niet en mijn linkerheup helemaal nooit.

Afijn. Vandaag zag ik weer twee competitiefilms. De eerste was Woman and Child van de Iraanse filmmaker Saeed Roustai. Dat is een soap, waarin de onwaarschijnlijke gebeurtenissen elkaar in hoog tempo afwisselen. Anders dan Jafar Panahi’s Un simple accident is Woman and Child wél met steun van de Iraanse staat tot stand gekomen. De vrouwen dragen dus een nikab, ook in huis. Volgens de Iranian Independent Filmmakers Association moet de film daarom als ‘propaganda’ worden beschouwd, en als verraad aan ‘Vrouw, Leven, Vrijheid’, de beweging die onder meer strijdt tegen de verplichte sluierdracht. The Seed of the Sacred Fig-regisseur Mohammad Rasoulof verdedigde Roustayi en sprak de hoop uit dat elke filmmaker ooit vrij en zonder dwang films zal kunnen maken. Hij benadrukte dat het tot zwijgen brengen van tegenstemmen leidt tot het reproduceren van het beeld van onderdrukking en dictatuur.
Mijn tweede film was Resurrection, een onnavolgbaar, post-apocalyptisch, bijna 3 uur durende sciencefiction epos van de Chinees Bi Gan. Niet mijn ding. Maar het kan ook aan de timing liggen, zo’n film zo laat in het festival.


Aan het einde van de middag was ik uitgenodigd voor de uitreiking van de Prix Immersive. Die was niet in het Palais des Festivals, maar in Le Plage des Palmes, een strandtent. Daar was een rood podiumpje neergezet waarop de negen geselecteerden voor de immersieve competitie (waaronder Lacuna van Maartje Wegdam en Nienke Huitenga Broeren en From Dust van Michel van der Aa) een voor een één vraag van spreekstalmeester Didier Allouch mochten beantwoorden: hoe was uw ervaring op het festival?
Alle equipes, dus ook de Nederlanders Maartje Wegdam en Nienke Huitenga Broeren (Lacuna) en Michel van der Aa (From Dust), prezen de opzet van de immersieve competitie en vooral elkaar. Het was al met al een stuk gemoedelijker dan bij de gemiddelde prijsuitreiking, waar men elkaar doorgaans het licht in de ogen niet gunt.
Tot zijn eigen verrassing ging de prijs naar Michel van der Aa. “Ik dacht dat de Britse productie tAxI het zou worden, 100 procent,” zei hij direct nadat hij zijn oorkonde in ontvangst had genomen (De prijs is een oorkonde). “De laatste keer dat ik dit meemaakte was in 1999, toen ik de Gaudeamusprijs won met Between. Toen zat ik in mijn korte broek in de zaal en had ik het ook totaal niet verwacht. Dat was nu ook weer een beetje zo; als componist ben ik toch een beetje een indringer op het filmfestival, maar het was een unieke gelegenheid om een ander publiek kennis te laten maken met mijn werk.”
‘s Avonds met allerbeste Volkskrant-collega Bor Beekman gegeten bij Astoux et Brun, daarna in mijn appartement doodmoe de Ajax Media-documentaire Ajax 1995: Wij waren erbij gekeken. Had zeker niet misstaan in Cannes!


Woensdag 21 mei: Naar de film met Julian Assange en Rafael Delgado, voormalig president van Ecuador
De bedoeling was een rustiger dag dan gisteren, maar dat is niet gelukt. Weer ruim voor de wekker wakker, Wordle en Beter spellen gespeeld, duik genomen, naar de bakker, ontbeten met koffie en een croissantje, en op de vouwfiets naar het festivalpaleis. Daar stonden al weer tal van mannen en jongens in pak en vrouwen en meisje in avondjurk om kaartjes te bedelen, soms voor een bepaalde film (‘My soul for Alpha’ had een jongeman op een A4’tje geschreven), maar ook vaak gewoon om willekeurig welk kaartje (‘Une ticket s’il vous plait’). Ik heb het wonder nog nooit zien voltrekken, maar als het nooit zou lukken, zouden ze er vast niet staan.
Mijn eerste film was Roméria van de Spaanse Carla Simon, die met haar vorige film Alcarràs de Gouden Beer won in Berlijn. Roméria is een soort terugkeer naar haar veelvuldig bekroonde debuutfilm Estiu 1993 (Summer 1993) uit 2017. Het meisje dat toen 7 was, is nu 18, en vaart naar de Spaanse Atlantische kust omdat ze voor een studiebeursaanvraag een handtekening nodig heeft van haar grootouders die ze nooit heeft ontmoet. Fragmentarisch en sfeerrijk, maar ook wel een herhaling van zetten.
Half uurtje pauze (koffie in de zon) en door naar The History of Sound van de Zuid-Afrikaan Oliver Hermanus, met de geweldige Josh O’Connor en Paul Mescal als zanger Lionel en pianist David. Anno 1916 krijgen ze een relatie, in de zomer van 1919 gaan ze samen op reis in New England om volksliedjes op te nemen. Eveneens sfeerrijk, goed geacteerd, maar ook een beetje monotoon. En het laatste kwartier is een valse noot.
Half uurtje pauze (watertje in de zon) en door naar Sentimental Value van de Noor Joachim Trier, met de Zweedse Breaking the Waves-acteur Stellan Skarsgård als Gustav Borg, een egocentrische filmregisseur die na lange tijd weer een script heeft geschreven – het is zijn aller-allerbeste! Hij wil dat zijn dochter (Renate Reinsve), een gevierde theateractrice die hij al jaren veronachtzaamt, de hoofdrol gaat spelen.




Als zij het ongelezen weigert, vraagt hij een Amerikaans sterretje dat graag een artistieke weg wil inslaan (Elle Fanning) – Netflix is dan ook direct aan boord. Triers muze Renate Reinsve, die in 2021 in Cannes de prijs voor de beste actrice won voor The Worst Person in the World en vorig jaar te zien was in Caméra d’Or-winnaar Armand, bewijst zich andermaal, maar het script is net niet zo geniaal als Trier ons wil doen geloven. Wel heel leuk: Gustav Borg geeft zijn kleinzoon op zijn negende verjaardag een handvol dvd’s, waaronder Irréversible en The Pianist. “Dan begrijp je vrouwen,” zegt hij bij Michael Haneke’s meesterwerk. “Hij heeft geeneens een dvd-speler,” werpt de moeder van de jarige/Borgs dochter tegen.
Wat gegeten in mijn appartement en een paar films op mijn laptop (‘Jan Peter Hekker – Het Parool’ was het watermerk), daarna terug naar het paleis voor The Six Billion Dollar Man, een duizelingwekkende documentaire van de Amerikaan Eugene Jarecki over de Australische WikiLeaks-voorman Julian Assange. En over persvrijheid, Trump en the enemy of the people. “De waarheid ligt onder vuur en dat kan niet zo doorgaan,” zei Jarecki voorafgaand aan de screening. In de zaal zaten onder anderen Assange en Rafael Delgado, voormalig president van Ecuador, van wie Assange in de Ecuadoriaanse ambassade in Londen mocht verblijven.
Een paar dagen geleden kreeg Jarecki in Cannes al de allereerste Cannes Golden Globe Prize for Documentary, een initiatief van de Artemis Rising Foundation, voor een filmmaker die een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het documentairegenre.
Denzel Washington kreeg voorafgaand aan Spike Lee’s (naar verluidt tegenvallende) Highest 2 Lowest min of meer geruisloos een ere-Palm voor zijn ‘uitzonderlijke carrière’. Kevin Spacey kreeg eveneens een carrièreprijs in Cannes. Dat gebeurde tijdens het Better World Fund Gala dat weliswaar in Cannes plaatsvindt tijdens het festival, maar geen officieel onderdeel is van het filmfestival – en de prijs dus ook niet. Nog een onofficiële prijs: de Global Gift Foundation gaf een beeldje aan Lauren Sánchez, de aanstaande echtgenote van Jeff Bezos, voor haar inzet voor het klimaat. Het koppel was naar Cannes komen varen in hun superjacht…
Sven Bressers Rietland, de enige Nederlandse speelfilm die in Cannes te zien is, greep woensdagvond naast de prijzen van de Semaine de la Critique (De Grand Prix ging naar Ratchapoom Boonbunchachoke’s A Useful Ghost), maar maakt zaterdag nog wel kans op de Caméra d’or, de prijs voor de beste debuutfilm in alle programma-onderdelen, die door een andere jury wordt vergeven.
Dinsdag 20 mei: Na regen komt zonneschijn






Vanochtend hingen er donkere wolken boven Cannes, maar ik ben toch gaan zwemmen. Toen ik wat later op de fiets stapte begon het zachtjes te regenen, toen ik bij het festivalpaleis arriveerde kwam het met bakken uit de hemel vallen. Op deze bui na is het overigens prima filmfestivalweer: droog en wat minder warm dan in Nederland.
Mijn eerste film was Un simple accident van de Iraanse regisseur Jafar Panahi, de opvolger van Three faces, waarmee hij in 2018 in Cannes de prijs voor het beste scenario won. Dit nieuwste script, voor een deel gebaseerd op zijn eigen ervaringen in de Iraanse gevangenis, draait om een man die zijn beul meent te herkennen, en hem vervolgens om zeker van zijn zaak te zijn, langs nog een aantal slachtoffers leidt. Wat volgt is een wonderlijke zwaan-kleef-aan-variatie, waarin subtiele wendingen worden afgewisseld met luidruchtige kolder. Heel bijzonder: Panahi, wiens huisarrest is opgeheven maar die zijn film in het geheim heeft opgenomen, was aanwezig in Cannes.
Daarna – ook vaste prik – snel naar het Terrasse des Journalistes voor koffie, maar het was intussen zo hard aan het regenen, stormen en onweren dat ik even vreesde dat de tent zou opstijgen.
Mijn tweede ochtendfilm was Fuori van de Italiaan Mario Martone, die drie jaar geleden om onbegrijpelijke redenen al met Nostalgia meedong naar de Gouden Palm. Fuori draait om de Italiaanse schrijfster Goliarda Sapienza, die in de jaren ‘80 zo verarmd was dat ze haar toevlucht nam tot het stelen van de juwelen van een vriend, waarop ze vijf dagen moest brommen in de gevangenis van Rebibbia. Ze schreef er een boek over, L’Università di Rebibbia, waarin ze beweert dat ze zich meer geaccepteerd voelde door haar medegevangenen dan door andere Italiaanse intellectuelen.
Na een minuut of tien hield collega Robbert Blokland het voor gezien; “Ik ga even in de zon lopen”, fluisterde hij in het voorbijgaan. Dat was best gek, want het regende nog steeds pijpestelen. Het was ook best snel, maar ook wel weer te begrijpen, want ik vond het ook de allerslechtste competitiefilm tot nu toe; een soort Vrouwenvleugel.
Vervolgens door de regen naar mijn appartement om wat te eten, daarna met een paraplu op de fiets weer terug naar het paleis voor Eleonor the Great, het in de tweede competitie Un certain regard opgenomen regiedebuut van actrice Scarlett Johansson. “Het is een droom die uitkomt om hier te staan,” zei Johansson. “Thank you very much, merci beaucoup!”
Eleonor the Great is een mierzoet drama over de stokoude, in de Bronx geboren en getogen Eleanor Morgenstein (leuke rol van de 94-jarige June Squibb), die na de dood van haar Joodse hartsvriendin Bess terug verhuist van Florida naar New York en intrekt bij haar moeder. Op instigatie van haar moeder bezoekt ze het Jewish Community Centre om nieuwe mensen te ontmoeten. Ze denkt in een koor terecht te komen, maar belandt in een Holocaust Survivors Support Group, waar ze zich voordoet als de Pools-Joodse Bess, die Auschwitz heeft overleefd en na de oorlog naar Amerika is gekomen. Toen ik na afloop weer buiten kwam, was de zon terug.
Daarna naar een marktscreening (In Cannes zijn er aparte vertoningen voor journalisten en buyers – buyers gedragen zich nog veel slechter van journalisten) van Left-Handed Girl van de Taiwanees-Amerikaanse Shih-Ching Tsou. Zij is de producent van Sean Bakers films Starlet, The Florida Project en Tangerine, en co-scenarist en -regisseur van Bakers Take Out. Baker, die vorig jaar in Cannes de Gouden Palm won met Anora, is op zijn beurt co-scenarist, producent en editor van Left-Handed Girl, en dat is te zien: hartstikke fijne film, die een beetje onder de radar bleef omdat hij ‘slechts’ in de Semaine de la Critique zit.
Na een flukse steak tartare de dag afgesloten met Das Verschwinden des Josef Mengele van de Russische regisseur Kirill Serebrennikov, die een paar dagen eerder door de Franse minister van Cultuur Rachida Dati werd benoemd tot Chevalier de la Légion d’Honneur (en na de première weer terugkeert naar De Nationale Opera in Amsterdam voor de repetities voor Boris Godoenov, die op 10 juni in première gaat).
Das Verschwinden is een verfilming van La Disparition de Josef Mengele van de Franse schrijver Olivier Guez, die in 2017 de Prix Renaudot won. De film focust op de voortvluchtige Nazi-arts en schiet heen en weer in de tijd, gaat van Argentinië naar Brazilië naar Duitsland en weer terug, en wisselt zwart-wit af met kleur. August Diehl is angstaanjagend als de ‘engel des doods’, die Auschwitz zag als zijn laboratorium. Het was bepaald geen pretje, omdat Serebrennikov consequent het perspectief van de opgejaagde ‘zielige’ Mengele kiest. De ‘home movies’ iuit Auschwitz – in kleur! – waren me helemaal een gruwel.
Terzijde: De Auschwitz-Birkenau Foundation presenteerde in Cannes een een 1:1 digitale reconstructie van het vernietigingskamp, die gebruikt kan worden voor filmproducties. Producenten kunnen hun filmplannen indienen op de website van Picture From Auschwitz.
Maandag 19 mei: Geen koude douche, wel een borrel

Vanochtend lag er op het strand vlak naast de koude douche een dakloze te slapen, met zijn hele hebben en houden naast hem. Heb ‘m laten liggen en heb maar een keertje in mijn appartement gedoucht, voordat ik me weer naar het festivalpaleis spoedde. (Dank aan alle bezorgde lezers die informeerden hoe het met me gaat na mijn fietsongeluk; ik heb alleen wat schrammen en durf alweer steeds harder de berg af.). De dronkaard bij de Aldi om de hoek zit er al jaren, maar je ziet in het centrumpje ook steeds meer daklozen. Het is nogal een contrast met de glitter en glamour van Cannes…
Vanochtend naar Eagles of the Republic van Tarik Saleh, een in Zweden geboren kind van een Zweedse moeder en een Egyptische vader, die geen stap meer in Egypte heeft gezet sinds hij in 2015, net voordat hij er The Nile Hilton Incident wilde opnemen, werd verbannen. Eagles of the Republic is het derde deel van zijn Cairo-trilogie, die verder bestaat uit The Nile Hilton Incident en Cairo Conspiracy (in 2022 in Cannes bekroond met de prijs voor het beste scenario). De politieke thriller draait om een wat oudere acteur met supersterrenstatus (goeie rol van Fares Fares, de broer van de regisseur), die door het militaire regime wordt gedwongen om de president te vertolken in De wil van het volk, een miljoenenproductie van de Unlimited Media Group (ik moest aan DPG denken). Weigeren kan niet, meedoen blijft ook niet zonder consequenties.
“Er wordt gezegd dat ik een politieke filmmaker ben, maar volgens mij ben ik dat niet,” zei Saleh in Cannes. “Politiek gaat over de relatie tussen de machthebbers en het collectief. Ik heb het over individuen en de gevolgen van hun beslissingen. Mijn films zijn er niet om het politieke systeem te veranderen.”
In de fraaie titelsequentie van Eagles of the Republic is een serie uitsnedes te zien van geschilderde posters van films uit het rijke oeuvre van de (verzonnen) Egyptische filmster. Ze zijn stuk voor stuk fraai, in tegenstelling tot de meeste posters in het straatbeeld in Cannes. De oogst is deze editie sowieso mager, er hangen nauwelijks filmposters. Alleen de grote festivalbioscopen zijn behangen met de ‘identity posters’ van de 78ste festivaleditie. Het zijn er voor het eerst twee: één met een man en één met een vrouw. Meer precies: Jean-Louis Trintignant en Anouk Aimée, die elkaar op het strand omhelzen in Un homme et une femme van Claude Lelouch, die in 1966 werd onderscheiden met de Gouden Palm.
‘Omdat deze omhelzing (het anagram van de eeuwigheid!) ongetwijfeld de beroemdste van de Zevende Kunst is,’ zo staat er op de festivalwebsite te lezen (Dat klopt alleen in het Frans – étreinte / éternité –, niet in een andere taal). ‘Omdat men een man en een vrouw die van elkaar houden niet kan scheiden, omdat men deze man niet kan scheiden van deze vrouw, heeft het Filmfestival van Cannes ervoor gekozen om voor het eerst in de geschiedenis een officiële dubbelvoorstelling te presenteren. Een man en een vrouw. Tegenover elkaar, maar toch verenigd.’
Ik vind er eerlijk gezegd niet zoveel aan, al helemaal niet als je ze afzet tegen de fraaiste posters uit de 78-jarige geschiedenis van het festival, die allemaal te zien zijn op de muren op de derde verdieping van het festivalpaleis. Veel leuker vind ik de poster van de Quinzaine des cinéastes. Die is gemaakt door Harmony Korine, regisseur van ontregelende films als Gummo, Julien Donkey-Boy en Spring Breakers. Ik citeer: ‘een popkunstwerk dat knipoogt naar de esthetiek van videogames en de overvloed aan digitale vormen en kleuren. De poëzie en waanzinnige energie zetten de toon voor de Quinzaine van 2025! De personages in het schilderij heten Twitchys. Ze loeren en spelen altijd. Ze zijn erg blij om in Cannes te zijn.’

Afijn. Mijn tweede film was Alpha van de Franse regisseur Julia Ducournau, die in 2016 haar speelfilmdebuut maakte met Raw (over een vegetarische eerstejaarsstudente diergeneeskunde die een onverzadigbare honger naar mensenvlees ontwikkelt) en in 2021 als tweede vrouw de Palme d’Or won met de bizarre bodyhorrorfilm Titane.
Alpha, dat teruggrijpt op de aidsepidemie in de jaren ‘80 en ‘90 van de vorige eeuw, is iets minder bizar dan Titane. In de geweldige openingssequentie – op de geluidsband klinkt Portishead – wordt bij de 13-jarige Alpha in laveloze toestand met een grote naald een A op haar bovenarm getatoeëerd. Haar alleenstaande moeder, een arts, is in alle staten; ze is bang dat Alpha besmet is geraakt met het mysterieuze virus dat de stad in zijn greep houdt. Wie besmet is, droogt uit en verandert in een soort gemarmerd standbeeld – maar dan wel heel smerig.
‘s Avonds nog even naar de IFFR-borrel (Gisteravond was ik helemaal vergeten om naar de borrel van Independent Films te gaan; de Fipresci-borrel heb ik ook niet gehaald). Daar mocht directeur Vanja Kaludjercic niet speechen, omdat ze deel uitmaakt van de Un certain regard-jury. Daarom voerde zakelijk directeur Clare Stewart het woord, alleen stond de microfoon niet aan. Veel heb ik er dus niet van meegekregen, maar er werd gevierd dat een aantal Cannes-films CineMart-project waren of tot stand zijn gekomen met een bijdrage van het Hubert Bals Fonds. Ook werd het Displacement Film Fund aangekondigd, dat vrijdag wordt gepresenteerd in Cannes (met o.a. Cate Blanchett en Droom en Daad-directeur Wim Pijbes).

Zondag 18 mei: ‘Vorig jaar was alles beter’
Het festival is halverwege, 11 van de 22 films in de Gouden Palm-competitie zijn vertoond, en er wordt als vanouds gemopperd over het niveau. Vorig jaar was-ie veel beter. Maar dat zeiden ze vorig jaar ook. En het jaar daarvoor ook.
Ik vind het tot nu toe best een aardige competitie, maar je zou inderdaad kunnen stellen dat er nog geen film is die er met kop en schouders bovenuit steekt. Dat blijkt ook uit de journalistenpolls van Screen International en Le Film Français. In Screen waarderen de internationale journalisten Ari Asters Eddington met afstand het minst, met een gemiddelde van 1,5 op een schaal van 0 tot 4; de Franse critici hebben dan weer helemaal niks met Lynne Ramsay’s Die, My Love: gemiddeld 0,4 (maar er moeten er nog een paar stemmen).
Het doldwaze Sirât krijgt van 4 van de 15 Franse critici de hoogste score, een Gouden Palmpje, maar de gemiddelde score is slechts 2,2. Alleen La petite dernière van de Franse regisseur en actrice Hafsia Herzi scoort iets beter: 2,3. De best scorende film in het jurygrid van Screen is Two Prosecutors van Sergei Loznitsa met een gemiddelde score van 3,1, gevolgd door Mascha Schilinksi’s Sound of Falling (2,8) en Richard Linklaters Nouvelle Vague (2,7).
Samen met Sirât en Die, My Love vormen die drie titels ook mijn Top-5, maar over de volgorde ben ik nog niet helemaal uit. En er staat deze week nog van alles op het programma, waaronder films van de Iraanse dissident Jafar Panahi en de Gouden Palm-winnaars Julia Ducournau en de Dardennes.
Vanochtend zag ik O Agente Secreto van de Braziliaanse regisseur, scenarist, producent en criticus Kleber Mendonça Filho, die in 2019 met Bacurau de juryprijs won in Cannes. O Agente Secreto is gesitueerd in Recife ten tijde van de militaire dictatuur. Het is een mix van een thriller, een stevige dosis politieke kritiek én – wat mij betreft het interessantste deel – een vleugje kolderieke horror (een behaard been valt ‘s nachts mensen aan in het park), over een rechtschapen onderzoeker die zijn leven niet zeker is als een door de corrupte politie gesteunde groot-industrieel het op zijn patenten heeft voorzien.
Nederland spreekt overigens opnieuw een woordje mee: het Amsterdamse Lemming Film van Leontine Petit en Erik Glijnis is coproducent van O Agente Secreto. Nog meer Hollands glorie in Cannes: Pim Hermeling van September Film, waarmee Het Parool komend najaar alweer de negende editie van Paff organiseert, zag ik als ‘executive producer’ vermeld staan op de begin- en eindtitels van Harry Lightins fijne Pillion. (Maar daarover hoor je dan weer niemand bij SEE.nl.)
‘s Middags zag ik The Phoenician Scheme van Wes Anderson, na Moonrise Kingdom, The French Dispatch en Asteroid City zijn vierde film in competitie. Het ‘verhaal’: nadat de gefortuneerde, gewetenloze grootindustrieel Anatole ‘Zsa Zsa’ Korda (Benicio del Toro) de zoveelste aanslag op zijn leven heeft overleefd, wil hij zijn opvolger klaarstomen. Hij kiest niet voor een van zijn negen zonen, maar zijn enige dochter: de van hem vervreemde Liesl (Mia Threapleton, de dochter van Kate Winslet en regisseur Jim Threapleton), die voor een leven als non heeft gekozen.
Maar dat doet er allemaal nauwelijks toe; het gaat zoals altijd om de aankleding en de vorm. Op dat vlak valt er weer genoeg te genieten, maar door de hermetische vertelstructuur begint The Phoenician Scheme al snel te slepen, en de topacteurs – Scarlett Johansson, Tom Hanks, Mathieu Amalric, Jeffrey Wright, Bryan Cranston, Benedict Cumberbatch, Michael Cera – worden door Anderson allemaal in hetzelfde, monotone malletje geperst.
Daarna Ajax gekeken – iemand moet het doen, en ja, ik heb tegen beter weten in een minuut of drie hoop gehad – en anderhalf uur op het strand gelegen.
‘s Avonds naar Slauson Rec, een documentaire van de debuterende Leo Lewis O’Neill over acteur / getormenteerde ziel / enfant terrible / persoonlijke favoriet Shia LaBeouf en zijn gratis theaterschool in het Slauson Rec Center in Los Angeles. LaBeouf was erbij, terwijl hij er bepaald niet goed vanaf komt. “Ik zit in een programma. Ik moet mijn verantwoordelijkheid nemen en het ook goedmaken. Dat ik in Cannes ben, en de film steun; dat hoort allemaal bij mijn proces.”

Zaterdag 17 mei: een fietsongeluk en een omgewaaide palm
De vijfde dag was een zware dag. Gister aan het einde van de middag sloeg ik om voor mij onverklaarbare wijze over de kop toen ik naar huis wilde fietsen op mijn vouwfietsje. Ik heb vervolgens een half uur lopen pielen voor ik de rem van het voorwiel had afgekregen. Daarna ben ik maar naar huis gelopen. Vervolgens veel te lang gedineerd, met net iets te veel witte wijn, en daarna superslecht geslapen.
Door mijn ochtendduik knapte ik wel iets op, maar heel fris was ik niet, en er stonden van 8.30 uur tot 15.15 uur maar liefst drie competitiefilms op het programma: Renoir, Nouvelle Vague en Die My Love. Ze waren alledrie zo goed dat ik maar heel even ben weggedommeld. (Dat iets goed is, betekent overigens helemaal niet dat je niet kan wegdommelen; het slaaptekort eist onverbiddelijk zijn tol in Cannes.)
Renoir is de tweede speelfilm van de Japanse Chie Hayakawa, die in 2022 een speciale vermelding kreeg van de Caméra d’Or-jury voor haar debuut Plan 75. Het fijnzinnige, soms een tikje raadselachtige drama, dat in de verte doet denken aan het werk van haar landgenote Naomi Kawase, is gebaseerd op een jeugdherinnering, waarin de ziekte van haar vader een belangrijke rol speelt, en draait om de vraag of we het lijden van anderen daadwerkelijk kunnen begrijpen en doorvoelen.
Nouvelle Vague is een fijne film over het maken van een film. Meer precies: van de Amerikaanse regisseur Richard Linklater over het maken van À bout de souffle door de Franse regisseur Jean-Luc Godard. Die was toen hij eraan begon overigens nog helemaal geen regisseur, maar criticus bij het roemruchte filmtijdschrift Cahiers du Cinéma. Na afloop van de persvertoning kreeg ik weer een mail van DDA: ‘Thank you for attending this morning’s P&I screening of Nouvelle Vague! We would love to hear your thoughts when you can’. Bij dezen: ik heb enorm genoten, maar het is wel een film voor cinefielen.
En Lynne Ramsay’s Die My Love is een woedende variatie op De gelukkige huisvrouw (gebaseerd op de roman Matate, amor van de Argentijnse schrijfster Ariana Harwicz uit 2012), met Jennifer Lawrence als een vrouw die na de geboorte van haar zoontje in een knoeperd van een depressie belandt, en Robert Pattinson als haar nietsnut van een man, die keer op keer belooft beter zijn best te doen. Lynne Ramsay op haar allerbest. Zoals te doen gebruikelijk met een geweldige, eclectische soundtrack. Jennifer Lawrence is een geheide kandidaat voor de prijs voor de beste actrice; de onfortuinlijke hond dingt (met de even onfortuinlijke hond uit Sirât) mee naar de Palm Dog.
Omdat ik zo lang achter elkaar in het Paleis was, ben ik wel aan verder onheil ontsnapt: zaterdagmiddag is een deel van de Croisette afgezet nadat een palmboom was omgewaaid. Eén voorbijganger raakte gewond, de hulpdiensten moesten eraan te pas komen.

Vrijdag 16 mei: A Dutch Wave
Gisteren aan het begin van de avond nog even langs geweest in het Nederlands Paviljoen. Ik had gehoord dat SEE.nl een borrel organiseerde ter ere van alle Nederlandse producties in Cannes, hoewel ik geen uitnodiging had. Bij de deur vernam ik dat het uitnodigingsbeleid was overgelaten aan de producenten en dat er geen enkele (Nederlandse) journalist was uitgenodigd. Tsja.
Ik mocht toch naar binnen. En hoorde SEE.nl-directeur Nathalie Mierop spreken over ‘a Dutch Wave, based on creativity and talent’, toen ze de Nederlandse delegaties een voor een in het zonnetje zette. De golf – het gaat om één speelfilm, twee VR-producties en een paar minoritaire coproducties; ik zou zelf eerder van een golfje spreken – had zelfs nog groter kunnen zijn, maar zoals vrijwel ieder jaar zijn er op het aller-allerlaatste moment nog tenminste twee Nederlandse films buiten de selectie gevallen, zo werd me later ingefluisterd.
Sven Bresser cum suis liep er bij als het gebraden haantje. Terecht, want Reedland/Rietland is uitstekend ontvangen in de vakbladen die dagelijks in Cannes verschijnen. ‘Outstanding Slow-Burn Thriller Announces Potentially Major New Dutch Director Sven Bresser,’ aldus Variety. The Hollywood Reporter spreekt van een ‘verborgen juweeltje’: ‘Reedland Puts a Poetic and Claustrophobic Lens on Rituals, Ambiguity, and Evil’. Screen International schrijft: ‘Sven Bresser’s confident Critics Week debut makes effective use of its traditional settinga’. De website CinEuropa is eveneens onder de indruk: ‘True Detective is in the air, with slight hints of Bruno Dumont (L’humanité), Shyamalan and Lynch, all in the austere vein of methodical Dutch hyper-realism embellished by a particularly meticulous mise-en-scène (work on the off-screen, highly varied framing, etc.) by cinematographer Sam Dupuis. These are all qualities that distinguish the filmmaker as an artist who can suggest a great deal with very little, which promises him a career to watch very closely’.
Daar kan je wel even mee vooruit als debuterend filmmaker.
Vandaag stond Eddington op het programma, een door het überhippe A24 (Halina Reijn loopt ook in Cannes rond) geproduceerde neo-western slash zwarte komedie slash sociale parabel, geschreven en geregisseerd door Ari Aster, die furore maakte met Hereditary en Midsommar. Joaquin Phoenix speelt een sheriff die eind mei 2020 in (het fictieve gat) Eddington, New Mexico weigert een mondkapje te dragen; hij heeft astma en het virus is helemaal niet in Eddington… Na een onderhoudende start, waarin de bouw van een gigantisch datacenter wordt aangekondigd en een hoop mafkezen worden geïntroduceerd, gaan alle remmen los en gooit Aster alles op een grote hoop: covid, politiegeweld en de dood van George Floyd, Black Lives Matter en witte zelfhaat, complottheorieën, George Soros, pedofielennetwerken en de verderfelijke invloed van sociale media, seksueel grensoverschrijdend gedrag, de Amerikaanse hang naar zelfbeschikking en de alomtegenwoordigheid van wapens. Oja, en deep state, paranoia en de macht van het grootkapitaal, en dan ben ik vast nog wel iets vergeten. Tweeënhalf uur lang; ik vond het een steeds zwaardere zit, maar ben keurig blijven zitten.
Ik stond nog niet buiten of ik kreeg een mail van communicatiebureau DDA: ‘As you were among the first audience to see EDDINGTON at the press screening this morning, we’d very much appreciate your thoughts on the film? Please note, this is for internal purposes only.’
Tsja, ze moeten dit blog maar even lezen.
Donderdag 15 mei: De trauma’s van vier vrouwen en Mad Max op LSD
“Als ik wil dat mijn rechterarm omhoog gaat, gebeurt dat,” mijmert een meisje in Sound of Falling van de Duitse regisseur Mascha Schilinski, de eerste competitiefilm die ik hier zag. “En als ik wil dat mijn rechterbeen omhoog gaat, gebeurt dat ook. Maar als ik wil dat mijn hart stopt met kloppen, gebeurt dat niet – hoe hard ik het ook probeer.”
Ik moest daaraan denken toen ik vannacht het doelpunt van Groningen in de 100ste minuut maar niet van mijn netvlies kreeg – hoe hard ik ook probeerde om aan iets anders te denken. En ik kon ook uittekenen wat er ging gebeuren toen ik vanochtend om kwart over 8 klaarzat voor Dominik Molls Case 127 en ik Ab Zagt vanuit mijn ooghoek zag opduiken. “Heeft Ajax nog gevoetbald, was zijn hoogst originele openingsvraag.” “Nauwelijks,” stamelde ik.
Afijn, het hoort erbij, maar leuk is anders.
Met Sound of Falling is de Cannes-competitie overigens uitstekend begonnen; het is een tweeënhalf uur durend psychologisch drama over de trauma’s van vier vrouwen, die over een tijdsspanne van een eeuw in dezelfde herenboerderij op de grens van Oost en West-Duitsland wonen. Vrij onnavolgbaar, maar als je je eraan kunt overgeven ook heel intrigerend.
Two Prosecutors van de Oekraïense regisseur Sergei Loznitsa – tot stand gekomen met een bijdrage van het Nederlands Filmfonds – is ook geen gemakkelijke film, maar ook zeer de moeite waard. Het is een onontkoombaar, rechtlijnig kamerspel over een jonge, even rechtschapen als vastberaden aanklager, die in 1937 onder het schrikbewind van Stalin, in het geweer komt voor een gevangene in een van de meest mensonterende gevangenisblokken in Brjansk, een stad op een kleine 400 kilometer ten zuidwesten van Moskou. De parallellen met het heden zijn talrijk. “Het lijkt erop dat we helemaal niks hebben geleerd van de verschrikkelijke gebeurtenissen, 80, 90 jaar geleden,” vertelde Loznitsa daarover in Cannes. “Daarom keer ik in mijn speelfilm terug naar die tijd; om een fractie te laten zien van een totalitair regime dat lijkt terug te komen.”
De derde competitiefilm die ik zag was Dossier 137 van de Franse regisseur Dominik Moll. De film begint met de mededeling dat het fictie is, gebaseerd op ware feiten. Wat volgt is een nauwgezette reconstructie van een onderzoek naar vijf leden van een speciale politie-eenheid, die tijdens de veldslagen met de ‘gele hesjes’ in november 2018 in Parijs een demonstrant een schedelbreuk bezorgd zouden hebben.
Léa Drucker speelt Fréderique, een inspecteur die, min of meer tegen wil en dank, haar collega’s moet onderzoeken. In een van de weinige al te schematische scènes vraagt de nieuwe vriendin van haar ex-man – beiden zijn eveneens agent – haar tijdens hun eerste ontmoeting hoe het is om eerst op criminelen te jagen en nu op collega’s. Ze krijgt te maken met de publieke opinie, die vindt dat agenten die met gevaar voor eigen leven de republiek beschermen een streepje voor hebben op met stenen gooiende onruststokers.
De laatste film die ik vandaag zag, was Sirāt van de in Frankrijk geboren Spaanse regisseur Oliver Laxe. De film opent op een rave party, ergens in de woestijn in het zuiden van Marokko. De ravers krijgen bezoek van een man (Sergi López) die met zijn zoontje op zoek is naar zijn dochter, die vijf maanden geleden is verdwenen. Als het leger een einde maakt aan het feest besluit de man een aantal oude hippies te volgen naar een volgende rave. Wat volgt is een roadmovie door de woestijn en over de gevaarlijkste wegen van de wereld; een soort Mad Max op LSD. Onderweg gebeuren er kleine en steeds grotere rampen, die een zware wissel trekken op het gezelschap. Hoe langer het duurt hoe krankzinniger het wordt. Het einde is pure horror. Toch denk ik dat ik vannacht beter zal slapen dan gisteren.

Woensdag 14 mei: Veranderingen
De reis hier naartoe ging voor het eerst per trein. Dat duurde de hele dag, maar was comfortabel en dus voor herhaling vatbaar. Maar mijn terugreis gaat toch met het vliegtuig. Ik had een treinreis geboekt, maar kreeg bericht van NS International dat de rechtstreekse trein van Brussel naar Amsterdam het weekeinde van de 24ste niet rijdt. Tsja. Zo word je het vliegtuig ingejaagd!
Nog meer veranderingen: het fietspad langs het strand ligt open van mijn appartement tot het festivalpaleis, dus ik heb voor het eerst sinds ik hier zit een andere route genomen. Korter, maar met een stukje klimmen en daarna snoeihard naar beneden. Als het goed gaat is het sneller. Nóg een verandering: Le Caveau 30, een van de restaurants waar ik graag at, is gesloten op last van de lokale overheid. Eind vorig jaar zijn er vijf klanten gewond geraakt, waarvan twee zwaar, nadat een bio-ethanol tafelhaard was omgevallen of iets dergelijks – zo goed is mijn Frans ook weer niet.
Wat onveranderd is, is mijn ochtendritueel. Kwart voor zeven gaat de wekker, om 7 uur kan ik kaartjes reserveren, dan een duik in de Middellandse Zee en naar de bakker voor verse croissants en een noisette. Terug naar het appartement en dan begint om half 9 de eerste film van de dag.
Ben dit keer begonnen met de Nederlandse VR-producties die zijn geselecteerd voor de compétition immersive van het festival: Lacuna van Maartje Wegdam en Nienke Huitenga Broeren en From Dust van Michel van der Aa. Disclaimer: ik heb een gecompliceerde verhouding met VR. Ik houd er niet van om zo’n bril op mijn hoofd te hebben; hij zit altijd te strak of te los en na verloop van tijd raak ik steevast verstrikt in de snoeren. En ik weet ook nooit wat ik met mijn handen moet doen en welke richting ik op moet kijken, en ik voel me ook altijd enorm bekeken. Ik snap eerlijk gezegd ook niet zo goed wat VR op een filmfestival te zoeken heeft. Het mooie van film vind ik nu juist de gezamenlijke ervaring, VR doe je helemaal alleen.

Maar goed, ik ben toch maar even gaan ervaren, en ik vond beide werken op hun eigen manier heel bijzonder. Lacuna maakt op een schrandere manier iets zichtbaar wat er niet meer is en leert ons dat wat we ons níet herinneren, wel degelijk belangrijk kan zijn. Voordat je aan From Dust begint moet je eerst een aantal vragen beantwoorden over plekken, ervaringen en angsten, en die krijg je vervolgens terug terwijl je wordt toegezongen door zes digitale vrouwen. Ik had verteld dat ik het water niet in ga als ik heel in de verte een kwal denk te zien (ik ben panisch), en vond mezelf even later terug op een vliegend tapijtje tussen enorme zwevende kwallen…

Vervolgens naar de ‘rendez-vous’ met Robert De Niro. “Hij zegt niet veel, maar als hij iets zegt, doet het ertoe,” had Leonardo DiCaprio ons een avond eerder al gewaarschuwd toen hij hem een ere-Palm mocht overhandigen. Dat klopt, De Niro is een notoir-slechte prater, misschien had de organisatie daarom bedacht dat het een goed idee was om hem door de Franse fotograaf, (straat)kunstenaar en filmmaker JR te laten interviewen. JR (zwart hoedje, zwart pak, zwarte zonnebril) is al drie jaar bezig met een film over De Niro’s vader en moeder en ook over De Niro zelf. En hij praat graag. Heel graag. Maar, verexcuseerde hij zich keer op keer, hij moest wel, want De Niro zegt niks. ‘Ja’, ‘nee’ en ‘precies’ waren de meest gebezigde antwoorden van De Niro op de ellenlange, soms meermaals herhaalde vragen van JR. Het had iets aandoenlijks, net als de uiterst ongemakkelijke manier waarop de wereldster de staande ovatie onderging, maar het was al met al een fiasco.
Daarna regisseur Sven Bresser en zijn hoofdrolspeler Gerrit Knobbe gesproken, die in Cannes zijn voor de wereldpremière van Rietland. Knobbe (61), rietsnijder van beroep, speelt in Rietland een rietsnijder wiens leven uit het lood raakt als hij een verkracht en vermoord meisje in het riet vindt. Hij had nog nooit geacteerd, vertelde Knobbe, en hij was nog niet eerder in Frankrijk geweest. Toen Bresser hem vroeg heeft hij een maand nagedacht, zijn vrouw hakte ten slotte de knoop door. ‘A once in a lifetime experience’ noemt hij het nu. Maar wie weet wat er nog op zijn pad komt; met zijn gebronsde hoofd en zijn strakke witte pak ziet hij er al uit als een filmster.
Toen moest Ajax nog beginnen – inmiddels lig ik uitgeteld met een ijszak op mijn hoofd…

Dinsdag 13 mei – Je mist meer dan je meemaakt
Tot besluit van de vorige editie van het filmfestival van Cannes schreef ik gekscherend dat ik overwoog om zes weken voor de volgende editie mijn linkerheup te laten opereren (‘die moet toch ook een keer’), zodat ik opnieuw een rolstoel-icoontje op mijn perspas zou krijgen en niet in alle ellenlange rijen hoefde te staan.
Dat was de goden verzoeken; inmiddels heb ik een nieuwe rechter- én een nieuwe linkerheup. Het herstel gaat voorspoedig, maar lang staan is niet heel bevorderlijk, dus ik heb opnieuw om een speciale pas gevraagd – en mijn verzoek is gehonoreerd. Dat scheelt uren.
Je mist meer dan je meemaakt, dichtte Martin Bril ooit. Meer precies: Je mist meer / Dan je meemaakt / Helemaal / Niet erg. De laatste drie woorden worden doorgaans weggelaten als Bril wordt aangehaald en dat snap ik wel, want best vaak is het op zijn minst een beetje erg. Als ik in Cannes ben voor het filmfestival mis ik onder meer het Mahler Festival, het Micha Wertheim Festival, de Amsterdam Art Week, de opening van het Rotterdamse migratiemuseum Fenix, en – ook best jammer – de première van Hans Klok & Friends (over het kampioensfeest van Ajax hebben we het maar even niet). Maar er staat natuurlijk wel wat tegenover.
De keuze is de komende dagen reuze in Cannes. Neem de ‘Officiële Selectie’. Die bestaat uit de Gouden Palm-competitie (22 films, wil ik allemaal zien), de tweede competitie ‘Un certain regard’ (20 titels, waarvan ik er zeker 5 wil zien), een sectie ‘buiten competitie’ (zeven films, waaronder het drie uur durende Mission: Impossible – The Final Reckoning, die ik z.s.m. wil zien), ‘Midnight Screenings’ (5 films), ‘Cannes Premières’ (10 films, Orwell: 2+2=5 van Raoul Peck en Das Verschwinden van Josef Mengele van Kirill Serebrennikov staan op mijn lijst), ‘Special Screenings’ (8 films) en een enorme waslijst met ‘Cannes Classics’ (gerestaureerde klassiekers, waaronder het 3 uur durende Yi Yi, een van mijn lievelingsfilms, maar ik weet nu al dat ik die niet ga halen). Vanochtend werden er ook nog drie films over Oekraïne aan het programma toegevoegd.
Dan zijn er ook nog drie parallelfestivals: Quinzaine des réalisateurs (19 films als ik goed heb geteld), Semaine de la Critique (11 speelfilms, waaronder Rietland van Sven Presser, de enige Nederlandse film op het festival) en L’ACID – Association du Cinéma Indépendant pour sa Diffusion (8 films, Put your soul on your hand and wave, over de Palestijnse fotojournalist Fatma Hassona die in Gaza omkwam bij een Israëlisch bombardement, wil ik absoluut zien). En dan zijn er ook nog heleboel korte films, en er worden iedere avond ook nog films op het strand vertoond, Oja, er is ook een competitie met immersieve werken… Van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat, in een enorm aantal zalen. Ook in Cannes mis je meer dan je meemaakt. Best erg.